Werken aan Winst. Een mooie titel voor een belastingverlaging. Onder die naam is een wetsontwerp ingediend door het kabinet Balkenende-lll. Bedoeling is verlaging van de vennootschapsbelasting {Vpb} van de inkomstenbelasting {IB} voor ondernemers. Het tarief Vpb. wordt met gemiddeld 4% verlaagd met een bodemtarief van slechts 20%. In de IB komt een extra winstaftrek van 10%. Die aftrek komt op de al bestaande zelfstandigenaftrek. De enige eis, die ook nu al geldt, is dat de IB-ondernemer aan het urencriterium {1225 uur per jaar werken voor de zaak} voldoet. Door die tariefsverlaging Vpb. en winst-aftrek IB herleeft de vraag naar de beste ondernemingsvorm. Wat is fiscaal gezien beter, een BV of een IB-onderneming?
In dit boek staan de daarvoor van belang zijnde bevekeningen centraal. Uitvoerig worden de verschillen tussen een zaak hebben belast met IB of met Vpb. belicht. Het lijkt alsof een BV het moet afleggen tegen een IB-onderneming. Maar dit is lang niet altijd het geval. Vooral als de ondernemer de veel grotere liquiditeiten die door de lagere belasting-druk in de Vpb. ontstaan nuttig kan aanwenden biedt de BV voordelen boven een onderneming in de IB. Echter, een man/vrouwfirma is zo beduidend voordeliger dat die prakrtisch altijd van de BV wint. FOR en pensioen worden financieel en fiscaal met elkaar vergeleken en aandacht wordt besteed aan de nieuwe levensloopregeling, die voor de DGA kansen biedt.
Het boek is geschreven eind juli 2006, op basis van de toen geldende stand van wetgeving.